Wijzigingen werkkostenregeling met ingang van 2020

Belastingadvies 27 februari 2019 2 min. leestijd

Begin februari 2019 heeft het kabinet een tweetal aanpassingen in de werkkostenregeling bekend gemaakt. Hiermee wordt beoogd om met name voor het MKB de werkkostenregeling aantrekkelijker te maken. Maar let op! Het betreft hier wel voorstellen die nog door het parlement zullen moeten worden geloodst en wel omdat hiervoor de Wet op de loonbelasting zal moeten worden aangepast.

 

De eerste aanpassing betreft de verhoging van de vrije ruimte. Op dit moment bedraagt deze nog 1,2% van de fiscale loonsom. Deze wordt met ingang van 2020 verhoogd naar 1,7% van de fiscale loonsom over de eerste € 400.000,--. Boven de fiscale loonsom van € 400.000,-- blijft het percentage van 1,2% ongewijzigd. Deze verruiming levert een extra vrije ruimte van € 2.000,-- per jaar op.

 

De tweede aanpassing heeft betrekking op de Verklaring omtrent gedrag (VOG). De belastingdienst ziet de VOG nog steeds als belast loon dat desgewenst als eindheffingsloon mag worden aangewezen en ten laste van de vrije ruimte mag worden gebracht. Dit legt echter wel beslag op kostbare vrije ruimte. Met ingang van 2020 zal er voor de VOG een gerichte vrijstelling gaan gelden waardoor de VOG niet meer ten laste van de vrije ruimte hoeft te worden gebracht. Voor de praktijk zijn dit twee aanpassingen die wij zeker toejuichen. Toch missen wij nog de uitvoering van een aantal toezeggingen die het kabinet eerder heeft gedaan.

 

In 2018 heeft er een evaluatie van de werkkostenregeling plaatsgevonden. Naar aanleiding hiervan zijn door het kabinet een aantal toezeggingen met betrekking tot de wijziging van de werkkostenregeling gedaan. In de praktijk stelt de belastingdienst zich op het, in onze ogen overigens omstreden, standpunt dat een expliciete aanwijzing is vereist om gebruik te kunnen maken van de gerichte vrijstellingen, zoals bijvoorbeeld de onbelaste kilometervergoeding van € 0,19. Vanuit het kabinet is toegezegd dat er korte metten zou worden gemaakt met de eis van expliciete aanwijzing. Vooralsnog is dit niet gebeurd. Verder zou met betrekking tot personeelsleningen weer de normrente worden geïntroduceerd, zodat niet per soort lening een zakelijk bepaalde rente zou moeten worden bepaald. Ook aan deze toezegging is nog geen gevolg gegeven. Tenslotte zou er ook een verduidelijking komen ten aanzien van een eigen werknemersbijdrage in relatie tot het befaamde noodzakelijkheidscriterium. Op grond van het noodzakelijkheidscriterium kan een werkgever bijvoorbeeld gereedschappen, computers en een mobiele telefoon onbelast vergoeden, verstrekken, dan wel ter beschikking stellen. Ook deze toezegging is vooralsnog niet nagekomen. Hopelijk komt van uitstel geen afstel en kan het lelijke eendje toch nog een mooie zwaan worden.

 

Mocht u vragen hebben naar aanleiding van bovenstaande, neem dan gerust contact met onze loonheffingsspecialisten op.

Terug