Wat verandert er voor het bestuur van de stichting na de invoering van de Wet Bestuur en Toezicht?

Het wetsvoorstel Bestuur en Toezicht beoogt de regeling voor bestuur en toezicht bij verschillende rechtspersonen (waaronder de stichting) aan te vullen en te verduidelijken, welke wijziging voortvloeit uit behoeftes vanuit de praktijk. Hieruit volgt een toelichting met betrekking tot de belangrijkste wijziging voor bestuurders van een stichting, namelijk de tegenstrijdig belangregeling. Het is nog niet bekend wanneer de wet in werking zal treden.

Tegenstrijdig belangregeling

In het huidige recht ontbreekt een tegenstrijdig belangregeling voor bestuurders van een stichting, te weten voor het geval een bestuurder een belang heeft dat tegenstrijdig is met dat van de stichting. Voor bestuurders van een bv/nv geldt dat een bestuurder niet deelneemt aan de beraadslaging en besluitvorming indien er sprake is van tegenstrijdig belang. Het besluit wordt dan genomen door de raad van commissarissen of, bij ontbreken daarvan, door de algemene vergadering. De statuten kunnen echter anders bepalen. Omdat er tegenwoordig veel professionele organisaties zijn met als rechtsvorm een stichting, bestaat er behoefte aan een soortgelijke regeling voor de stichting. Deze regeling bevordert enerzijds dat bestuurders zich bij hun taakvervulling daadwerkelijk richten naar het belang van de stichting en de daaraan verbonden onderneming of organisatie. Anderzijds draagt deze regeling bij aan de rechtszekerheid, want het ontbreken van een dergelijke regeling leidt tot onduidelijkheid over in hoeverre bestuurders met een tegenstrijdig belang een rol kunnen spelen bij de besluitvorming. Door de tegenstrijdig belangregeling op te nemen in de algemene bepalingen van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, gaat deze tevens automatisch gelden voor de stichting. Bestuurders met een tegenstrijdig belang mogen hierdoor niet deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming. Zo wordt zeker gesteld dat in geval van tegenstrijdig belang, een besluit alsnog kan worden genomen, maar dan door de raad van commissarissen. Als de stichting geen raad van commissarissen kent, blijft de bevoegdheid tot beraadslaging en besluitvorming rusten bij het bestuur. Echter geldt dan de eis dat het bestuur schriftelijk moet vastleggen wat de overwegingen zijn die ten grondslag liggen aan het besluit, waaruit blijkt dat de belangen van de stichting prevaleren boven persoonlijke belangen.

Mocht u hier nog vragen over hebben, kunt u contact opnemen met Kim van Winden-Vervuurt van VDB Advocaten Notarissen.

25 oktober 2017
Categorie: Notariaat
Terug
mijn.wvdb.nl