Voordelig elektrisch rijden via private lease?

Voordelig elektrisch rijden via private lease?
Belastingadvies 30 januari 2019 3 min. leestijd

Naar aanleiding van een artikel in het Financieel Dagblad met als prikkelende titel “Werknemer rijdt goedkoop via fiscaal handigheidje” zijn er bij ons de nodige vragen binnen gekomen. Tweede Kamerlid Omtzigt heeft zelfs Kamervragen gesteld met betrekking tot dit artikel. Maar was het allemaal wel zo spannend?

 

In het artikel gaat een werknemer via private lease een elektrische auto leasen. Vervolgens is de werkgever bereid om de hiermee gemoeide kosten volledig voor zijn rekening te nemen mits de werknemer instemt met een verlaging van zijn brutoloon. Als een werkgever vrijwel alle kosten met betrekking tot een in privé gehouden auto voor zijn rekening neemt zonder dat er sprake is van een vergoeding van € 0,19 per kilometer, is er fiscaaltechnisch gezien sprake van een auto van de zaak. Omdat er sprake is van een elektrische auto geldt vanaf 2019 tot en met een cataloguswaarde van maximaal € 50.000,-- een bijtelling van 4%. Hierdoor ontstaat er een fiscaal voordeel en wel omdat normaal belast loon wordt omgezet in laag belast loon, zijnde 4% van de cataloguswaarde x het belastingtarief van de werknemer. Dit is inherent aan het fiscale stimuleringsbeleid waarvoor het ministerie van Financiën heeft gekozen.

 

Indien de werknemer uit dienst gaat, blijft het private leasecontract voor de resterende looptijd bij de werknemer achter en heeft de werkgever hiervan geen enkele last. Hierdoor is de btw overigens per definitie niet fiscaal aftrekbaar, maar hoeft er ook geen correctie van de btw ter grootte van 2,7% over de cataloguswaarde plaats te vinden.

 

Door de uitruil gaat ook de premiegrondslag voor de werknemersverzekeringen en de werkgeversheffing Zorgverzekeringswet omlaag. Dit levert voor de werkgever een financieel voordeel op waarbij het er op lijkt dat de werkgever dit voordeel terugploegt naar de werknemer.

De keerzijde van de verlaging van de premiegrondslag voor de werknemersverzekeringen is dat een daling van de premiegrondslag ook leidt tot een daling van de uitkeringsgrondslag. Dit zijn namelijk communicerende vaten. Arbeidsrechtelijk zal alles goed moeten worden vastgelegd en kan een cao of de Wet op het minimumloon nog roet in het spreekwoordelijke eten gooien. Het is zelfs niet ondenkbaar dat de uitruil resulteert in een lagere pensioengrondslag en wel omdat het voordeel van de auto van de zaak niet de pensioengrondslag behoort.

Mits goed vorm gegeven kan de Belastingdienst niets tegen de hiervoor genoemde uitruil ondernemen waardoor het dus ook logisch is te noemen dat de Belastingdienst uiteindelijk haar goedkeuring hieraan heeft gegeven. Zo spannend was het dus allemaal niet.

 

In de praktijk wordt vaak gewerkt met een zogenoemde mobiliteitsregeling. Hierbij krijgt de werknemer vrij vertaald een zak met geld (= bron) dat de werknemer kan aanwenden voor het verkrijgen van een auto van de zaak (= doel 1), dan wel bruto als normaal belast loon kan laten uitbetalen (= doel 2). Bij een bruto uitbetaling wordt dan vaak nog eerst fiscaal geoptimaliseerd waarbij zakelijk gereden kilometers, waaronder woon-werkverkeer, eerst nog tegen € 0,19 per kilometer onbelast wordt vergoed en het resterende bedrag als brutoloon wordt uitbetaald. De Belastingdienst heeft sinds jaar en dag hiermee geen enkele moeite. Het is maar dat u het weet.

 

Mocht u vragen hebben naar aanleiding van bovenstaande, neem dan gerust contact met onze loonheffingsspecialisten op.

Terug