Vanaf 2020 bijtelling voor de fiets van de zaak

Vanaf 2020 bijtelling voor de fiets van de zaak
Belastingadvies 24 oktober 2018 3 min. leestijd

Fietsen is een duurzaam en efficiënt alternatief voor het reizen met de auto of het openbaar vervoer en brengt daarnaast nog gezondheidsvoordelen met zich mee. Dit is voor het kabinet reden om met ingang van 2020 een forfaitaire bijtelling voor een door de werkgever ter beschikking gestelde fiets te introduceren die overigens toepasbaar is op verschillende soorten fietsen. Naast werknemers kunnen  ook ondernemers en resultaatgenieters hiervan gebruik gaan maken.

 

De voorgestelde regeling

Huidige regeling (tot 1 januari 2020)

Indien een werkgever een fiets die voor zakelijke kilometers wordt gebruikt mede voor privédoeleinden ter beschikking, waaronder woon-werkverkeer, stelt aan zijn werknemer, behoort de waarde van het in dat kader door de werknemer daadwerkelijk genoten privévoordeel tot het bij die werknemer te belasten loon. Indien de werkgever en werknemer stellen dat er geen sprake is van privékilometer, moet de Belastingdienst het tegendeel bewijzen, hetgeen schier onmogelijk. Tot de invoering van de werkkostenregeling (hierna: “WKR”) speelde dit probleem ten gevolge van de toenmalige fietsregeling overigens niet.

 

Forfaitaire bijtelling (vanaf 1 januari 2020)

Vanaf 1 januari 2020 wordt de bewijspositie van de Belastingdienst echter eenvoudig. Er wordt dan een forfaitaire bijtelling geïntroduceerd ter grootte van 7% van de consumentenadviesprijs. Maar let op! Deze forfaitaire bijtelling is alleen van toepassing bij het ter beschikking stellen van een fiets. Als een fiets in eigendom overgaat op de werknemer, is de voorgestelde forfaitaire bijtelling niet van toepassing. De fiscale uitvoeringspraktijk rondom de fiets van de zaak wordt door de forfaitaire bijtelling eenvoudiger en daarmee aantrekkelijker gemaakt. Daarnaast wordt met het voorgestelde bijtellingspercentage op een reële wijze de waarde van het privévoordeel van de fiets van de zaak vastgesteld en belast, aldus het kabinet. Om de voorgestelde forfaitaire bijtellingsregeling zo eenvoudig mogelijk te maken wordt de bijtelling in ieder geval van toepassing als de fiets voor (een deel van) het woon-werkverkeer ter beschikking staat.

 

Waardebepaling

De waarde van de fiets zal worden gesteld op de in Nederland door de fabrikant of importeur publiekelijk kenbaar gemaakte consumentenadviesprijs van de fiets, ook wel de oorspronkelijke nieuwwaarde. Met eventuele kortingen die de leverancier van de fiets verleend mag dus geen rekening worden gehouden. In het geval er geen consumentenadviesprijs beschikbaar is, zal worden aangesloten bij de consumentenadviesprijs van de meest vergelijkbare fiets. Helaas is er niets geregeld over de waardebepaling van de fiets indien de werknemer deze uiteindelijk wil overnemen van zijn werkgever.

 

Conclusie

De directe aanleiding van de problemen die met betrekking tot de fiets van de zaak zijn ontstaan, is het afschaffen van de fietsregeling die voor de invoering van de WKR gold. De voorgestelde wetgeving is niets meer of minder dan het spreekwoordelijke doekje voor het bloeden.

Terug