Scholingskosten als aftrekpost op de transitievergoeding

HR Advies 27 november 2019 3 min. leestijd

Een leven lang ontwikkelen is een belangrijk aandachtspunt van het huidige kabinet. Door meer te investeren in scholing en duurzame inzetbaarheid, wil de overheid stimuleren dat mensen werkend en gezond hun pensioenleeftijd kunnen halen. Vanaf 1 januari 2020 krijgen werkgevers de mogelijkheid om scholingskosten in mindering te brengen op een eventuele (latere) transitievergoeding. Hier zijn natuurlijk wel spelregels aan verbonden, waarvan wij de belangrijkste in dit artikel zullen beschrijven.

 

Verbetering van de arbeidsmarktpositie

Kosten voor een cursus, studie of opleiding die de doorstroom van een medewerker naar ander werk bevorderen én worden gemaakt ter verbetering van de arbeidsmarktpositie van een medewerker, mogen in mindering worden gebracht op een eventuele (latere) transitievergoeding. Het aftrekken van deze kosten is alleen mogelijk als de werkgever en de medewerker het hierover samen eens zijn. Een werkgever heeft dus niet het recht om zonder toestemming van een medewerker deze kosten in mindering op de transitievergoeding te brengen.

 

Als scholingskosten niet worden ingezet om de arbeidsmarktpositie te verbeteren en niet direct in relatie staan tot de huidige functie van de medewerker, mogen deze kosten niet in mindering worden gebracht op de transitievergoeding, ook al zou deze opleiding in de praktijk wél tot verbetering van de inzetbaarheid buiten de organisatie kunnen leiden. Een werkgever wordt namelijk geacht te investeren in voldoende scholing van zijn medewerkers, zodat de eigen functie naar behoren kan worden uitgeoefend.

 

Voorwaarden voor de aftrek van scholingskosten

Er zijn meerdere voorwaarden waaraan de aftrek van scholingskosten moet voldoen:

  • De medewerker moet instemmen met een toekomstige aftrekpost, dus nog vóórdat de kosten worden gemaakt;
  • Er moet schriftelijk worden overeengekomen dat de medewerker instemt met de afspraken;
  • De scholingskosten moeten worden gespecificeerd;
  • De afspraken worden opgenomen in het personeelsdossier van de medewerker;
  • Ten aanzien van de kosten kunnen partijen een afbouwschema overeenkomen;
  • De scholingskosten voor de inzetbaarheid van de medewerker moeten relevant zijn, maar ook blijven. Scholingskosten die gemaakt zijn langer dan vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop de transitievergoeding is verschuldigd (= einddatum van de arbeidsovereenkomst), worden als verouderd aangemerkt en dragen niet meer bij aan het gestelde doel ‘verbetering van de arbeidsmarktpositie’. Inhouding op de transitievergoeding is dan dus niet meer mogelijk.

 

Voor vragen inzake scholingskosten en transitievergoeding kunt u contact opnemen met een van onze adviseurs.

 

Terug