Mogelijk latere belastingheffing aandelenopties bij startups en scale-ups

Belastingadvies 29 mei 2019 3 min. leestijd

In veel gevallen hebben startups en scale-ups hoog gekwalificeerde werknemers nodig, maar hebben zij in de opstartfase nog onvoldoende liquide middelen om hun werknemers een marktconform salaris te betalen. Om toch aan talentvolle werknemers te komen en hen duurzaam aan de onderneming te binden, krijgen werknemers van startups naast hun reguliere salaris vaak nog aandelenopties. Hiermee krijgen de werknemers de mogelijkheid om tegen een vooraf vastgestelde prijs, de zogenoemde uitoefenprijs, na het verstrijken van een bepaalde termijn, de zogenoemde looptijd, een aandeel van de startup te mogen kopen. Bijkomend voordeel van een beloning in aandelenopties is dat aan deze aandelenopties voorwaarden kunnen worden gekoppeld die een werknemer aan de startup bindt, zoals bijvoorbeeld de voorwaarde dat de werknemer op het uitoefenmoment nog in dienst is bij de startup. Overigens is aan het werken met aandelenopties wel als nadeel verbonden dat deze fiscaal niet aftrekbaar zijn. Tegenover belast loon staat dus geen corresponderende fiscale aftrekpost!

 

Ondanks dat de aandelenopties een deel van het salaris vormen, is bij de toekenning van de aandelenopties nog geen loonbelasting verschuldigd. Deze is pas verschuldigd op het moment waarop de aandelenopties worden uitgeoefend, oftewel het moment waarop de werknemer het aandeel krijgt, en wel tegen het op dat moment geldende progressieve belastingtarief (thans 51,75%). Dit leidt in de praktijk vaak tot liquiditeitsproblemen omdat de loonbelasting moet worden betaald, terwijl de verkregen aandelen niet verkocht kunnen worden omdat voor deze aandelen (nog) geen markt is.

 

Voorbeeld

In plaats van een vast salaris van € 60.000 krijgt een werknemer een vast salaris van € 40.000 en aandelenopties met een uitoefenprijs van € 10.000 en een looptijd van drie jaar toegekend. Na drie jaar oefent de werknemer de opties uit en koopt de aandelen voor € 10.000, terwijl de waarde van de aandelen dan € 100.000 bedraagt. Over het verschil tussen de waarde van de aandelen en de uitoefenprijs is de werknemer, uitgaande van een belastingtarief van 50%, op dat moment € 45.000 loonbelasting verschuldigd. De werknemer kan niet meteen (een deel) van de aandelen verkopen omdat voor deze aandelen (nog) geen markt is. De werknemer moet de loonbelasting dus betalen uit eigen geld of dit geld lenen.

 

In de Fiscale Beleidsagenda 2019 heeft de Staatssecretaris van Financiën aangekondigd dat bekeken gaat worden of de belastingheffing over aandelenopties kan worden verplaatst naar het moment waarop de werknemer de verkregen aandelen verkoopt. Hiermee zou het liquiditeitsprobleem van de werknemer worden opgelost. Hoe de uitwerking van de aangekondigde regeling er precies uit gaat zien, is op dit moment nog niet bekend. Er wordt naar gestreefd om de regeling op 1 januari 2021 in werking te laten treden. Wij houden u op de hoogte van de ontwikkelingen!

Terug