Is de Deliveroo-bezorger een werknemer? (vervolg)

Is de Deliveroo-bezorger een werknemer? (vervolg)
Belastingadvies 24 oktober 2018 4 min. leestijd

In een eerder artikel hebben de advocaten van VDB Advocaten Notarissen aandacht besteed aan de arbeidsrechtelijke aspecten van de uitspraak van rechtbank Amsterdam. Rechtbank Amsterdam heeft uiteindelijk geoordeeld dat de Deliveroo-bezorger niet in een privaatrechtelijke dienstbetrekking werkzaam is. In dit artikel zullen wij de uitspraak vanuit een fiscaalrechtelijk (daaronder ook begrepen de werknemersverzekeringen) perspectief bezien. Zou deze voor Deliveroo alsnog nadelig kunnen uitpakken?

 

Casus

De Deliveroo-bezorger was aanvankelijk werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Zijn arbeidsovereenkomst liep op 3 februari 2018 van rechtswege af. Vanaf november 2017 bood Deliveroo al haar werknemers een overeenkomst van opdracht aan. Ook deze bezorger is op het aanbod tot het sluiten van een overeenkomst van opdracht ingegaan. Hij beëindigde zijn arbeidsovereenkomst en was per 14 november 2017 voor Deliveroo werkzaam op basis van een overeenkomst van opdracht. In die overeenkomst was expliciet opgenomen dat geen sprake was van een arbeidsovereenkomst.

 

Fiscale kwalificatie

De Wet op de loonbelasting (Wet LB) kent naast de echte dienstbetrekking ook nog een aantal fictieve dienstbetrekkingen. Om van een werknemer in de zin van de Wet LB te kunnen spreken, moet er eerst worden getoetst of er sprake is van een echte dienstbetrekking. Opmerkelijk genoeg kent de Wet LB geen zelfstandige definitie van het begrip werknemer, maar sluit deze aan bij het privaatrechtelijke begrip dienstbetrekking. Het oordeel van rechtbank Amsterdam dat er geen sprake is van een privaatrechtelijke dienstbetrekking, werkt dus rechtstreeks door naar de Wet LB. Ook in de Wet LB is er dan geen sprake van een echte dienstbetrekking. Omdat de wetgever het in bepaalde arbeidsverhoudingen niet wenselijk achtte dat er bij het ontbreken van een echte dienstbetrekking geen loonbelasting is verschuldigd, heeft de wetgever de zogenoemde fictieve dienstbetrekking geïntroduceerd. De Wet LB kent in totaal 14 zogenoemde fictieve dienstbetrekkingen. Een aantal van deze fictieve dienstbetrekkingen zijn echter weer niet van toepassing indien er voor de heffing van de inkomstenbelasting sprake is van ondernemerschap. In diverse modelovereenkomsten die ten gevolge van de Wet DBA zijn geïntroduceerd, kan de fictieve dienstbetrekking worden weg gecontracteerd als de opdrachtnemer beschikt over een btw-nummer en een inschrijving in de Kamer van Koophandel. Deliveroo heeft het risico van de fictieve dienstbetrekking die zou kunnen spelen keurig ondervangen door in de overeenkomst met de Deliveroo-bezorger te stellen dat deze als een zelfstandige diensten verleend aan Deliveroo en verantwoordelijk is voor de betaling van btw. In de procedure kwam ook vast te staan dat de Deliveroo-bezorger zich had laten inschrijven bij de Kamer van Koophandel en een btw-nummer had aangevraagd. Als doelomschrijving is in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel opgenomen “het bezorgen van eten voor Deliveroo”. Daarmee lijkt het risico van de aanwezigheid van een fictieve dienstbetrekking ook te zijn ondervangen. Wel blijft het opmerkelijk dat de Belastingdienst het ondernemerschap in de modelovereenkomsten ophangt aan een inschrijving bij de Kamer van Koophandel en het bezitten van een btw-nummer.

 

Conclusie

Vanuit de loonheffingen bezien is er geen sprake van een (fictieve) dienstbetrekking. De Wet DBA is destijds met veel bombarie ingevoerd, maar feit is en blijft dat de Wet DBA totaal heeft gefaald en de uitvoeringspraktijk alleen maar met de nodige problemen heeft opgezadeld. In het regeerakkoord van Rutte III zijn de contouren geschetst van de opvolger van de Wet DBA, maar deze zal niet eerder dan op 1 januari 2020 in werking treden. Tot die tijd zal de praktijk zich moeten behelpen.

Terug