Geld lenen van eigen vennootschap wordt aan banden gelegd

Belastingadvies 7 maart 2019 3 min. leestijd

Zoals aangekondigd in de aanbiedingsbrief van 18 september 2018 bij het belastingplan 2019 is deze week het wetsvoorstel ter bestrijding van belastinguitstel en -afstel als gevolg van excessief lenen bij een eigen vennootschap (wetsvoorstel excessief lenen bij de eigen vennootschap ) gepubliceerd.

 

1. Waar ziet het wetsvoorstel op

Het wetsvoorstel ziet op alle geldopnamen in rekening-courant, geldlening of anderszins bij de eigen vennootschap door de aandeelhouder die een aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap (aandelen bezit van 5% of meer) en of zijn partner gezamenlijk, alsmede de geldopnamen door met de aanmerkelijk belanghouder verbonden personen (in rechte lijn van de aandeelhouder en/of  zijn partner; (groot)ouders en (klein)kinderen) die zelf geen aanmerkelijk belang in die vennootschap hebben.

Uitgezonderd zijn de op 31 december 2021 bestaande box 1 eigen woning schulden. Voor de later gesloten box 1  eigen woning schulden geldt een extra voorwaarde, namelijk dat er hypothecaire zekerheid wordt verschaft.


Opmerking: het wetsvoorstel voorziet er ook in om zogenaamde back-to-back-situaties te betitelen als fictief regulier voordeel. Het gaat dan om de gevallen waarin de schulden zodanig gestructureerd worden dat niet direct sprake is van een geldlening van de eigen vennootschap maar in materiële zin wel. Te denken valt bijvoorbeeld  aan doorleen situaties en situaties waarbij niet op eigen kracht van een derde geleend kan worden en de vennootschap garanties afgeeft.

 

2. Maximum

Voor de onder de maatregel vallende schulden geldt een maximum van € 500.000,-- voor de aandeelhouder met een aanmerkelijk belang en zijn partner gezamenlijk. Het meerdere wordt aangemerkt als een fictief regulier voordeel in box 2 dat in de heffing wordt betrokken (tarief box 2: 25% -2019, 26,2% -2020  en 26,9% vanaf 2022). Het lijkt erop dat in dit maximum ook de leningen aan verbonden personen - niet aanmerkelijk belanghouders - zijn begrepen.


De fiscale gevolgen zien alleen op de toepassing van de heffing in box 2. Civielrechtelijk, voor de heffing in box 1 en of box 3 en de heffing van vennootschapsbelasting bij de BV blijven de schulden gewoon voor de nominale waarde bestaan met de daarbij behorende rente en aflossingsverplichtingen een en ander overeenkomstig de bepalingen en de voorwaarden van de geldleningen.

Het in aanmerking genomen fictieve regulier voordeel verhoogt in het volgende jaar het hiervoor genoemde maximumbedrag van € 500.000,-- in de jaren erna.


Opmerkingen:

  • Er is een overgangsregeling voorgesteld voor een tijdelijke vermindering van het vervreemdingsvoordeel om te voorkomen dat er sprake is van dubbele heffing ingeval van een vervreemding.
  • Er is geen (overgangs)regeling voor het later uitdividenden van de geldleningen. Het is afwachten of er voor deze situatie nog een regeling geschapen wordt.

3. Peildatum

Op 31 december van elk jaar - voor het eerst op 31 december 2022 - wordt vastgesteld of sprake is van geldleningen van eigen vennootschap voor een bedrag van meer dan € 500.000,--.

Het gaat om het totaal bedrag van de geldleningen/geldopnamen. Er vindt geen saldering met vorderingen op de eigen vennootschappen plaats.

 

4. Internationaal

a. Buitenlandse belastingplicht

Aandeelhouders die een aanmerkelijk belang hebben in een in Nederland gevestigde vennootschap en die buiten Nederland wonen zijn buitenlandsbelastingplichtig in Nederland. De maatregel fictief regulier voordeel is dan ook op hen van toepassing. Of er sprake is van heffingsrecht hangt af van het betreffende verdrag ter vermijding van dubbele belastingheffing.

b. Immigratie/Remigratie

Het bedrag van € 500.000,-- wordt in beginsel opgehoogd tot het bedrag van de schulden ten tijde van metterwoon in Nederland vestigen.

Bij remigratie geldt in beginsel het maximum dat ten tijde van emigratie van toepassing was.

c. Conserverende aanslagen

Het uitstel van betaling wordt ingetrokken voor zover sprake is van bovenmatige schulden die toenemen na emigratie van de aandeelhouder met een aanmerkelijk belang.

5. Tot slot

Alhoewel het een wetsontwerp is en dat met zich brengt dat het niet zeker is of de regeling ook daadwerkelijk als zodanig wordt ingevoerd is het devies: neem contact op met uw belastingadviseur om eventueel maatregelen te treffen. Neem daarbij ook mee dat het tarief van box 2 dit jaar (2019) voor het laatst 25% bedraagt.

 

Voor vragen kunt u ook contact opnemen met Charlotte Gulinck - Appels

Terug