Gebruikelijk of ongebruikelijk, dat is de vraag

Belastingadvies 25 september 2019 2 min. leestijd

Op 5 juli 2019 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over de invulling van de zogenoemde gebruikelijkheidstoets zoals we deze kennen binnen de toepassing van de werkkostenregeling. De Hoge Raad heeft in zijn arrest geoordeeld dat de toepassing van de werkkostenregeling niet beperkt is tot kosten die een zakelijk karakter hebben, maar dat in beginsel alle kosten mogen worden ondergebracht in de werkkostenregeling. Voorwaarde daarvoor is wel dat er voldaan moet worden aan de gebruikelijkheidstoets.

 

Op grond van de gebruikelijkheidstoets mogen vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen niet meer dan 30% afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is. Deze gebruikelijkheidstoets geldt als een dubbele toets; het moet gebruikelijk zijn dat de werknemer de vergoeding onbelast ontvangt en het moet gebruikelijk zijn dat de werkgever de belastingheffing voor zijn rekening neemt. De bewijslast om aan te tonen dat het aanwijzen van een vergoeding als eindheffingsbestanddeel niet gebruikelijk is, ligt bij de belastingdienst.

 

De vraag is dan wat “onder vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is”. De belastingdienst beschouwt vergoedingen en verstrekkingen van maximaal € 2.400,-- per persoon per jaar als gebruikelijk. Dit heeft er voor gezorgd dat werkgevers vaak deze grens aanhouden om zo bij voorbaat een discussie met de belastingdienst te voorkomen.

 

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de belastingdienst niet in haar bewijslast is geslaagd door slechts te stellen dat de vergoeding het bedrag van € 2.400,-- overschrijdt. De belastingdienst moet volgens de Hoge Raad een vergelijking maken met aangewezen vergoedingen bij andere werknemers van dezelfde werkgever (zowel werknemers in dezelfde functie als werknemers met een andere functie) en aangewezen vergoedingen voor werknemers bij een andere werkgever. Om aan deze bewijslast te kunnen voldoen heeft de belastingdienst recentelijk een groot aantal inhoudingsplichtigen aangeschreven met een verzoek om informatie over de toepassing van de werkkostenregeling. Op die manier verwacht de belastingdienst voldoende informatie te ontvangen om de (on)gebruikelijkheid van een aanwijzing te kunnen beoordelen. Als inhoudingsplichtige bent u verplicht om deze vragen van de belastingdienst te beantwoorden.

 

Met de uitspraak van de Hoge Raad is weer wat meer duidelijkheid gekomen over de toepassing van de werkkostenregeling. Of een vergoeding beschouwd kan worden als (on)gebruikelijk, is afhankelijk van de manier waarop de praktijk met deze vergoeding omgaat.

 

Heeft u als werkgever voor dit jaar nog geen optimaal gebruik gemaakt van de werkkostenregeling of heeft u vragen over de toepassing van de werkkostenregeling op bepaalde vergoedingen of verstrekkingen? Neem dan gerust contact op met één van onze adviseurs.

Terug