De niet-uitvoerende bestuurder: aansprakelijk voor meer dan u lief is?

VDB Advocaten 30 mei 2018

Toenemende internationalisering brengt niet alleen goedkope Chinese telefoons en Amerikaanse fastfood ketens binnen bereik; het heeft ook zijn weerslag op het Nederlandse bedrijfsleven. Steeds vaker wordt het Nederlandse dualistisch bestuursmodel ingeruild voor een monistisch model (beter bekend als het ‘one-tier board’).

In het eerste geval is de bestuurstaak verdeeld tussen een dagelijks bestuur die het bedrijf bestuurt en een raad van commissarissen die zich laat gelden bij belangrijke besluiten. Het one-tier board wijkt hiervan af en heeft slechts één bestuur. Dit bestuur kent naast uitvoerende ook niet-uitvoerende bestuurders waarvan het in de praktijk vaak de bedoeling is dat die laatsten de rol van commissaris vervullen.

Niet-uitvoerende bestuurder versus commissaris
De hiervoor genoemde verdeling heeft meer haken en ogen dan op het eerste gezicht lijkt. De rol van de niet-uitvoerende bestuurder en de commissaris is wezenlijk anders. Aangezien het gehele bestuur verantwoordelijk is voor alle bestuursbeslissingen, moet de niet-uitvoerende bestuurder zich ook bezighouden met de beslissingen van de andere bestuurders. Niet-uitvoerende bestuurders moeten zich bewust zijn van deze uitgebreide aansprakelijkheid voordat zij een dergelijke rol aannemen.

Disculpatie
Indien de taken binnen het bestuur strak worden verdeeld en het voor iedereen duidelijk is wie met welke taken is belast, kan dit de aansprakelijkheid van een bestuurder indammen. De aansprakelijkheid van niet-uitvoerende bestuurders kan dus wel worden gematigd. Als de bestuurder aan kan tonen dat het schadeveroorzakende besluit niet tot zijn takenpakket behoorde, kan hij zich in sommige gevallen disculperen. Disculpatie is echter een uitgangspunt in de afweging omtrent aansprakelijkheid en zeker niet een regel waarachter de niet-uitvoerende bestuurder zich kan verschuilen. Uiteindelijk volgt er een functionele toets, waarbij het van belang is dat de niet-uitvoerende bestuurder zich ook als zodanig gedraagt.

Conclusie
Bij het instellen van een monistisch bestuursmodel moet niet alleen naar de voordelen worden gekeken, maar ook de verantwoordelijkheidsproblematiek moet niet uit het oog worden verloren. Niet-uitvoerende bestuurders moeten zich gedragen naar hun functiebeschrijving, anders kan hun aansprakelijkheid verder reiken dan zij ooit hadden bedoeld.

Wilt u meer informatie of heeft u vragen naar aanleiding van het bovenstaande? Dan kun u contact opnemen met Edwin van Rijn van VDB Advocaten Notarissen.

Terug