Commissaris geen btw-ondernemer

Commissaris geen btw-ondernemer
Belastingadvies 25 juni 2019 2 min. leestijd

Recent heeft het Europese Hof van Justitie uitspraak gedaan over de vraag of een commissaris btw-ondernemer is voor zijn werkzaamheden voor de Raad van Commissarissen (hierna: RvC). Het ging daarbij om een Nederlandse zaak over een gemeenteambtenaar die zitting nam in de RvC van een woningcorporatie.

 

Volgens het Hof van Justitie kwalificeert de commissaris niet als btw-ondernemer voor zijn werkzaamheden voor de RvC. De voornaamste reden daarvoor is dat de commissaris voor rekening en onder verantwoordelijkheid van de RvC handelt en derhalve niet voldoende zelfstandig is.

 

Daarbij komt dat de betreffende commissaris vanuit btw-perspectief geen economisch risico draagt, maar een vaste vergoeding krijgt onafhankelijk van de feitelijk gewerkte uren of de bijgewoonde vergaderingen.

 

Gevolgen voor de Nederlandse praktijk

In Nederland worden commissarissen vanaf 2013 vanaf één commissariaat aangemerkt als btw‑ondernemer. De uitspraak kan derhalve gevolgen hebben voor u als commissaris of voor uw RvC of andere toezichtsorganen.

 

Concreet kan dit betekenen dat niet langer btw berekend dient te worden op werkzaamheden voor de RvC en dat geen sprake meer is van btw-ondernemerschap. Dat zou betekenen dat de btw op de hiervoor gemaakte kosten niet langer in aftrek kan worden gebracht.

Voor commissariaten ten behoeve van ondernemingen die geen (volledig) recht hebben op aftrek van voorbelasting, kan de uitspraak financieel voordelig uitwerken. Dit kan immers leiden tot minder niet-aftrekbare btw bij deze ondernemingen. In principe geldt dit vanaf het moment van de uitspraak (13 juni jl.) en voor voorgaande tijdvakken waarvoor de rechten zijn veiliggesteld.

 

Bent u commissaris of heeft uw onderneming een RvC of ander toezichtsorgaan en vraagt u zich af wat de gevolgen voor uw situatie zijn. Neem dan contact op met één van de collega’s van het btw‑team.

Terug