Actueel nieuws

Defiscalisering voor de inkomstenbelasting

Discipline: Belastingadvies
Datum: 31-01-2012

Het gaat daarbij om vorderingen en schulden, die voortvloeien uit de wettelijke verdeling van een nalatenschap van een overleden ouder tussen de langstlevende echtgenoot en de kinderen en verdelingen, die daarmee materieel overeenkomen. Bij dergelijke verdelingen gaan alle goederen van de nalatenschap naar de langstlevende echtgenoot, onder de verplichting de schulden van de nalatenschap te voldoen. De kinderen krijgen een vordering op de langstlevende echtgenoot ter grootte van hun erfdeel, die doorgaans pas opeisbaar is bij het overlijden van de langstlevende.

Deze vorderingen en schulden zijn niet belast in box 3 voor de inkomstenbelasting. Met ingang van
1 januari 2012 is deze zogenaamde defiscalisering ook van toepassing als niet het wettelijk erfrecht is gevolgd maar waar, op grond van een testament of van een verdeling van de nalatenschap, een situatie ontstaat die materieel voldoende vergelijkbaar is met het wettelijk erfrecht.
Daaronder vallen onder meer: partiële verdelingen van een nalatenschap, (keuze)legaten tegen inbreng van de waarde waarbij de inbreng wordt schuldig gebleven, vruchtgebruiktestamenten en legitieme vorderingen van een onterfd kind.

Bij een vruchtgebruik krachtens een verdeling van een nalatenschap wordt alles belast bij de vruchtgebruiker (100%) en niet meer gedeeltelijk bij de bloot eigenaar. Deze defiscalisering blijft wel beperkt tot vorderingen of genotsrechten in gevallen waarin de erflater, goederen nalaat aan zijn langstlevende partner, en de kinderen van de erflater of van die langstlevende partner enkel een niet opeisbare vordering op die partner of een bloot eigendom verkrijgen.